Facebook Instagram Pinterest
Columns Nederlands

Twee stapeltjes zomerkleren

Ik sleep de tas met zomerkleren mijn kamer binnen en laat hem op mijn bed ploffen. De plof is zacht en het gewicht van de tas licht. Ik trek de rits open en tussen alle ruimte in, want de tas is half leeg, vind ik twee kleine stapeltjes zomerkleren. Dat is alles. Het is minder dan ik dacht, maar in plaats dat ik me teleurgesteld voel, ben ik blij. Na het uitzoeken van mijn garderobe vorig jaar, zijn alleen de items overgebleven die ik leuk vind of gewoon heel veel draag. En ondanks de kleine hoeveelheid, zitten er aardig wat outfits tussen, zolang ik maar een beetje creatief combineer. Al zijn er ook een paar topjes die een loos bestaan leiden en nergens bij passen en ontbrekende items zoals een korte broek (toch wel een must voor zomer), een zomer jasje zomerjasje en een jurk.

Je zou het een capsule wardrobe kunnen noemen en dat was ooit ook de bedoeling, maar na de herfst en de winter is het een en ander veranderd. Nummer één: een vast aantal kleding is niet aan mij besteed, liever laat ik dat los en kijk ik op het oog waar ik me goed bij voel. Nummer twee: de meeste capsule wardrobes bestaan uit één bepaalde stijl waar je jaren aan vast zal zitten. En laat ik nou net iemand zijn die ook de optie wil om even te wisselen van stijl als ik dat nodig heb en dat mijn garderobe daar in voorziet. Nummer drie: waarom zou ik me zelf verstikken met regels waar ik me niet lekker bij voel, terwijl ik dat ook kan loslaten.

Het capsule idee is alleen ontstaan omdat ik mijn garderobe duurzamer wil maken. Maar je kunt ook op een andere manier bewuster omgaan met kleding. Door bijvoorbeeld niet te pas en te onpas kleding te kopen, gewoon omdat het een leuk uitje is en je je daar voor een paar minuten beter door voelt. Op die manier eindig je met een hoop ongebruikte kledingstukken in je kast, omdat achteraf gezien het toch niet helemaal je ding is. Wist je namelijk dat in de Verenigde Staten alleen al 32 biljoen nieuwe kledingstukken worden gemaakt en dat 65% daarvan op de vuilnisbelt belandt. En dat is alleen nog het vervuilende eindresultaat, want met het productieproces is vaak ook een hele hoop aan de hand. Mensen worden uitgebuit, een hoop gifstoffen eindigen in rivieren en in de lucht, meren worden leeggezogen omdat er een hoop water nodig is voor jouw spijkerbroek, t-shirt of jurk.

Het is niet dat ik compleet ben gestopt met het kopen van kleding, maar ik koop wel een hoop minder dan ik ooit deed. Ik probeer fast fashion zoveel mogelijk te vermijden. Door het meeste tweedehands te kopen, de meest goedkope en milieuvriendelijke manier en ook een hele leuke. Je vind vaak goede kwaliteit en unieke stukken. Koop ik wat ik niet tweedehands kan vinden van duurzame merken. Het is inderdaad een stukje duurder, maar de bedoeling is dan ook minder te kopen en een betere kwaliteit, zodat wat ik koop langer mee gaat. En dat het een stukje duurder is helpt ook bij het goed nagaan of ik de broek, jurk, rok of trui echt wil, echt nodig heb, goed kan combineren met wat ik al heb, goed bij mij past, me er comfortabel in voel en lekker in voel.  

Daarnaast probeer ik zoveel mogelijk uit wat ik al heb te halen. Dwing ik mijzelf de stukken te dragen die ik altijd zo mooi vond, maar nooit echt durfde te dragen, uit angst om op te vallen. Vermaak ik kledingstukken, die ik net niet helemaal mooi vind door de mouwen aan te passen, frutsels te verwijderen, in te nemen en soms compleet te verbouwen. Waardoor ik nu, ondanks een stuk minder kleren, een hoop meer te dragen heb.


1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *